Potjiekos
het recept

Potjiekos (4 pers.)
Vlees & basis
1 kilogram runderriblap (in blokjes)
3 eetlepels bloem
50 gram boter
6 eetlepels zonnebloemolie
Specerijen & smaakmakers
1 eetlepel kerriepoeder
1 eetlepel komijnpoeder (djinten)
1 eetlepel korianderpoeder (ketoembar)
2 eetlepels bruine basterdsuiker
2 rode pepers (in stukjes)
2 eetlepels platte peterselie (gehakt)
Aromaten
2 uien (gesnipperd)
4 teentjes knoflook (fijngehakt)
1 stuk verse gember (ca. 5 cm, geschild en fijngehakt)
Groenten
2 winterwortels (geschrapt, in grove stukken)
4 aardappels (geschild, in stukken)
250 gram champignons (gehalveerd, schoongeveegd)
Vloeistoffen & toevoegingen
1 blik tomatenblokjes (400 g)
1 blik witte bonen (uitgelekt, 400 g)
500 milliliter rode wijn
Strooi wat bloem over de riblappen, alsof je ze een dun jasje geeft, en wrijf ze in met kerrie, komijn, zout en peper. In de braadpan laat je boter en olie samen warm worden tot ze zacht beginnen te zingen. Daarin leg je het vlees, dat meteen een mooie, lichtbruine kleur krijgt. Zodra het genoeg heeft gezien van de hitte, haal je het eruit en laat je het even rusten.
In het achtergebleven bakvet — vol smaak, vol beloften — gaat de rest van de olie. De ui, knoflook en gember glijden de pan in en beginnen na een paar minuten hun geur af te geven. Dan volgen wortel, aardappel, champignons, rode peper en een snuf korianderpoeder. Alles mengt zich, warmt op, komt tot leven.
Het vlees mag terugkeren, samen met tomatenblokjes, bonen, een beetje basterdsuiker en een scheut wijn. Je giet er net genoeg water bij om het geheel onder te zetten. Vanaf dat moment is het een kwestie van geduld: minstens twee uur zachtjes laten stoven, tot het vlees zo mals is dat het bijna uit elkaar valt wanneer je het aankijkt.
Aan het einde strooi je er peterselie overheen. Serveer het met witte rijst en laat de warmte van de stoof de rest doen.
