Radijs op zuur

het recept


Radijs op zuur (--- potten)

600 gram radijzen

Venkelzaadjes, 1 theelepel

Mosterdzaadjes, 1 theelepel

Suiker, 30 gram

Roze peper bessen, 12 stuks

Witte wijn azijn, 150 milliliter

Water, 150 milliliter

Zout, 5 gram

Ui, 1 stuks gesnipperd

Je begint met het schoonmaken van de radijsjes: het groene blad en het fijne worteltje gaan eraf, waarna je de knapperige bolletjes in dunne plakjes snijdt.

Daarna bouw je de pot rustig op in lagen. Eerst een derde van de radijsplakjes, dan een deel van de specerijen, de ui en weer radijs, weer specerijen — een ritme dat zich herhaalt tot alles erin zit.

In een pan verwarm je water, witte wijnazijn, suiker en zout tot het mengsel kookt. De hete vloeistof giet je voorzichtig, liefst met een trechter, over de radijsjes. De rand van de pot veeg je schoon met een kwastje en kokend water. Dan gaat de deksel erop, zet je de pot even op zijn kop, laat hem afkoelen en draai je hem weer om.

Nu begint het wachten: minstens twee weken rijpen, zodat de radijsjes hun volle smaak ontwikkelen. Goed ingemaakt blijft de pot zeker een jaar houdbaar op een donkere, koele plek, bij voorkeur rond de twaalf graden.