Zweedse taart

het recept


Zweedse taart (6 pers.)

500 gram aardappels

3 bosuitjes

3 takjes peterselie

300 gram kabeljauwfilet

1 blikje ansjovisfilets

1 eetlepel geraspte mierikswortel

(versgemalen) peper

25 gram boter

2 eieren

250 milliliter slagroom

nootmuskaat

2 eetlepels paneermeel

De oven wordt voorverwarmd tot 200 °C (gasovenstand 4). Terwijl de warmte zich opbouwt, worden de aardappels zorgvuldig geschild en in dunne, gelijkmatige plakjes gesneden. De bosuitjes gaan schoon de snijplank op en worden in ringen verdeeld; de peterselie wordt fijngehakt tot een frisse, groene toets.

De kabeljauwfilet wordt in kleine stukken gesneden en verzameld in een kom. De ansjovisfilets worden toegevoegd, fijngesneden, waarna mierikswortel en een royale draai peper het mengsel karakter geven. Alles wordt rustig door elkaar geschept, zodat de smaken zich al vroeg kunnen verbinden.

In een pan smelt de boter. Een deel ervan wordt gebruikt om de taartvorm zorgvuldig te bestrijken. Vervolgens wordt een eerste laag gelegd: een derde van de aardappelplakjes vormt de basis. Daarover wordt het vismengsel verdeeld, gevolgd door de helft van de bosui en peterselie. Een tweede laag aardappel sluit aan, waarna de resterende vis wordt uitgespreid. De laatste bosui en peterselie vormen de afsluitende groene strooiing.

In een aparte kom worden de eieren losgeklopt met de slagroom, peper en een snuf nootmuskaat. Dit mengsel wordt gelijkmatig over de taart gegoten, zodat het tussen de lagen kan zakken. Paneermeel wordt erover gestrooid en de resterende gesmolten boter wordt er in dunne straaltjes overheen verdeeld.

De taart gaat in het midden van de oven en bakt in ongeveer 40 minuten tot een goudbruine, geurige schotel. Hij wordt warm of lauwwarm geserveerd, wanneer de structuur stevig is en de smaken volledig tot hun recht komen.