Tartiflette

het recept

Tartiflette (6 pers.)

500 g reblochon – een zachte, romige bergkaas (camembert mag ook)

200 g spekreepjes – voor dat hartige, zoute accent

1,25 kilo vastkokende aardappelen – stevig genoeg om mooi in plakken te snijden

150 milliliter slagroom – voor een rijke, fluweelzachte saus

1 middelgrote ui – geeft zoetigheid en diepte

200 millliter droge witte wijn – om het geheel een frisse lift te geven

30 gram roomboter (ongezouten) – om in te bakken en extra smaak te geven

1 teen knoflook – subtiel aroma voor de ovenschaal

Wanneer je begint, neem je eerst de aardappelen ter hand. Ze hoeven niet geschild te worden, maar verdienen wel een goede poetsbeurt onder koud water zodat alle aarde verdwijnt. De grotere exemplaren snijd je doormidden, zodat alles ongeveer dezelfde maat heeft en straks gelijkmatig gaart. Leg ze in een ruime pan, vul met water en laat ze in zo'n vijftien minuten zachtjes koken tot ze nét niet helemaal gaar zijn. Giet ze af en laat ze rustig afkoelen; dat maakt ze straks makkelijker te snijden en bakken.

Terwijl de aardappelen hun warmte verliezen, verwarm je de oven voor op 200 °C. De ui snijd je in dunne, soepele ringen, en de reblochon halveer je horizontaal zodat je twee mooie, brede plakken kaas hebt die straks over het gerecht zullen smelten.

In een koekenpan laat je de helft van de boter smelten. Zodra de boter begint te bruisen, gaan de ui en spekjes erbij. Het geheel bak je 5 tot 8 minuten op middelhoog vuur, tot de ui zacht en goudkleurig is en de spekjes hun volle smaak hebben afgegeven. Dan schenk je de witte wijn in de pan: het sist even, de geuren komen los, en je laat het mengsel op laag vuur nog een paar minuten inkoken. Haal de pan van het vuur en roer de room erdoorheen. De saus wordt meteen zachter, voller. Breng op smaak met wat peper.

Nu zijn de aardappelen voldoende afgekoeld om verder te verwerken. Snijd ze in plakjes van ongeveer een centimeter. In een tweede koekenpan smelt je de rest van de boter en bak je de aardappelblokjes in 5 tot 7 minuten tot ze een mooie goudbruine kleur krijgen. Ze hoeven niet krokant te worden, maar wel een beetje kleur en karakter krijgen.

Neem vervolgens een ovenschaal. Snijd de knoflookteen doormidden en wrijf met het snijvlak langs de binnenkant van de schaal. Het geeft geen overheersende knoflooksmaak, maar een subtiel aroma dat je pas echt merkt wanneer het gerecht uit de oven komt.

Dan begint het opbouwen. Verdeel eerst de helft van de aardappelblokjes over de bodem. Schep daar de helft van de ui‑spekmengsel overheen en strooi er wat peper over. Leg vervolgens de eerste helft van de reblochon erop, met de snijkant naar beneden. Herhaal deze lagen: aardappelen, ui en spek, en tot slot de resterende kaas, dit keer met de korst naar boven zodat die mooi kan kleuren.

Schuif de schaal in het midden van de oven. In ongeveer vijftien minuten verandert alles in een geurige, borrelende ovenschotel met een goudbruine kaaskorst die uitnodigt om meteen op te scheppen.